Onderzoek: Pensioen via verzekeraar pas rendabel als u 90 jaar wordt

Moneywise 23 juli 2018 door Jochem Kessens

Werknemers die via hun werkgever een pensioen hebben opgebouwd bij een verzekeraar of een Premie Pensioen Instelling (PPI) moeten ouder worden dan 89 jaar om tenminste hun opgebouwde pensioenkapitaal terug te krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van Moneywise.nl
"We worden dan misschien steeds ouder, Nederlanders die dit jaar met pensioen gaan, worden volgens het CBS gemiddeld 84 jaar oud. 50% van de pensioengerechtigden haalt deze leeftijd echter niet. Het is schrijnend om te zien dat deze mensen slechts een fractie van hun opgebouwde pensioenkapitaal terugzien." aldus Jochem Kessens van Moneywise. 

Iemand die geboren is in 1952 en € 125.000 bij een pensioenverzekeraar heeft opgebouwd, krijgt nu maandelijks € 441,78. In dit voorbeeld moet de pensioengerechtigde 89 en 9 maanden worden om de inleg volledig terug te krijgen. De levensverwachting van iemand uit 1952 is volgens het CBS gemiddeld 84 jaar. Op 84 jarige leeftijd heeft deze pensioengerechtigde slechts € 95.424,48 ontvangen. Als de partner (geboren in 1955) dan nog leeft krijgt hij of zij vervolgens een levenslange uitkering van € 309,25 in de vorm van partnerpensioen. Hij of zij moet dan nog 8 jaar leven om de inleg terug te krijgen. Er is dan nog geen rendement gemaakt.

Waarom is de uitkering zo laag?
De levensverwachting van de pensioengerechtigde is een belangrijke factor in het bepalen van de uitkering. Het risico voor de verzekeraar is dat er meer uitgekeerd moet worden dan er is ingelegd, dit wordt ook wel het 'lang leven risico' genoemd. Tegelijkertijd overlijden er ook pensionado's eerder dan de statistische verwachting. Deze 'sterftekansen' bepalen mede de hoogte van de uitkering.

Het beheren van het pensioengeld, levert ook een rente op. De hoogte van de rente wordt door de meeste verzekeraars gebaseerd op het U-rendement. Het U-rendement is het gemiddelde rendement dat wordt verkregen met de Nederlandse staatsobligaties. In 2008 stond het U-rendement nog op 4,24%, maar inmiddels is het niet meer dan 0,29%. Deze lage rente heeft veel invloed op de hoogte van de uitkeringen.

Meer pensioen via de hoog / laag constructie
Om toch een hoger pensioen te krijgen, kan men kiezen voor een hoog / laag pensioen. Je krijgt dan de 1e periode van 5 of 10 jaar een hogere uitkering dan de overige periode.
Feitelijk haal je een deel van het pensioen naar voren. Veel pensioengerechtigden kiezen hiervoor omdat de 1e 10 jaar de consumeringsbehoefte hoger is dan in de overige periode.
Als de eerder genoemde pensionado kiest voor een hoog / laag uitkering van 10 jaar, dan heeft hij op zijn 72e ruim €4.300 meer aan pensioen ontvangen.
Wordt hij 80? Dan heeft hij ruim nog steeds ruim € 4.100 meer aan pensioen ontvangen.
Een gelijkblijvend pensioen wordt pas voordeliger als de pensioengerechtigde 85 jaar of ouder wordt.
Bekijk zelf alle scenario's in ons onderzoek.

Variabel pensioen
Sinds september 2016 is het mogelijk om het pensioen tijdens de uitkeringsfase 'door te beleggen'. Voor die tijd kon er alleen worden gekozen voor een vaste uitkering.
Door ook tijdens de uitkeringsfase te kiezen voor beleggen maak je kans op een hoger pensioen. Uiteraard brengt beleggen het risico van tegenvallende beleggingsresultaten met zich mee, waardoor de uitkeringen ook lager kunnen uitvallen.

Vergelijken
Veel pensioengerechtigden weten niet dat ze zelf kunnen bepalen bij welke pensioenverzekeraar ze hun pensioen aankopen.
Met onze pensioenvergelijker vind je gemakkelijk de pensioenverzekeraar met de hoogste uitkering. En dat scheelt al gauw duizenden euro's aan pensioenuitkering.

Onderhandelen
Bij pensioenkapitalen van €100.000 of meer kan er worden onderhandeld met pensioenverzekeraars. De verzekeraars zijn dan bereid om af te stappen van hun standaard tarieven en wat extra rendement te geven. Dat levert ook al gauw een paar duizend euro's extra pensioen op.
Wij helpen u graag bij het onderhandelen en halen zo het maximale uit uw pensioen voor u.

Financieel Dagblad 10 november 2017

Deelnemers winnen rechtszaak tegen verhoging pensioenleeftijd naar 67

Pensioenfonds SABIC had de pensioenleeftijd van deelnemers van 65 naar 67 niet zonder hun toestemming mogen verhogen van 65 naar 67 jaar. Dat heeft de Rechtbank Limburg bepaald in een zaak die door drie deelnemers was aangespannen. Het conflict draaide om de pensioenrechten die bij het petrochemische bedrijf waren opgebouwd dat de officiële pensioenleeftijd nog 65 was.
De uitspraak is opmerkelijk, omdat zowel oud-staatssecretaris Klijnsma als de Nederlandsche Bank (DNB) de pensioensector hebben verzekerd dat dit wel mocht. Het vonnis kan gevolgen hebben voor andere pensioenfondsen die net als Sabic er voor kozen alle opgebouwde pensioenrechten om te zetten naar 67.
De rechtszaak tegen Sabic is het gevolg van de verandering van fiscale spelregels voor pensioen in 2014. Sindsdien moeten pensioenfondsen rekenen met een pensioenleeftijd van 67 in plaats van 65 jaar. Daardoor kregen pensioenfondsen twee regelingen in de boeken. 1 voor regelingen die al waren opgebouwd en ingingen op hun 65ste verjaardag en 1 met nieuwe rechten die ingaan op hun 67e. Dat is bijvoorbeeld het geval bij pensioenfonds ABP.

Het nadeel is dat twee regelingen lastig zijn uit te leggen aan deelnemers en zij brengen extra administratieve kosten mee. Daarom koos een deel van de pensioenfondsen, zoals Sabic, ervoor om alle rechten om te zetten naar 67. Dat mocht volgens Klijnsma en DNB zonder toestemming van de deelnemers, omdat zij in principe evenveel pensioen blijven ontvangen. De uitkeringsperiode - tot aan hun dood - wordt korter, maar het maandbedrag gaat omhoog. Bovendien moesten pensioenfondsen deelnemers wel de mogelijkheid geven toch eerder te stoppen met werken. Dan werden hun rechten alsnog uitgesmeerd over een langere periode.

En daar is het volgens Rechtbank Limburg fout gegaan. Want wanneer deelnemers toch met 65 stoppen, valt bij Sabic hun pensioen lager uit dan onder de oude regeling. In de praktijk is dit ook bij andere pensioenfondsen het geval, waarschuwen penisoenjuristen zoals Teun Huijg van Held Advocaten. In jargon wordt dit 'snijverlies' genoemd. Sabic moet de deelnemers nu alsnog hun oude pensioenrechten teruggeven vanaf 65 jaar. De advocaat van het pensioenfonds kon vrijdag nog niet zeggen of het in beroep gaat tegen het vonnis.

Wetswijziging

Volgend jaar gaat de pensioenrichtleeftijd - niet te verwarren met de AOW-leeftijd- in Nederland opnieuw omhoog naar 68 jaar. Om nieuwe rechtszaken te voorkomen, ligt er inmiddels een wetswijziging klaar. Die maakt het mogelijk voor pensioenfondsen de ingangsdatum van het pensioen te verhogen naar de fiscale pensioenrichtleeftijd, zonder expliciete toestemming van deelnemers. Daardoor kunnen pensioenfondsen gaan werken met een regeling, in plaats van drie, voor 65, 67 en 68 jaar.

Deelnemers kunnen nog wel steeds eerder met pensioen, bijvoorbeeld op de pensioenleeftijd. Dan moeten hun aanspraken wel worden omgerekend. Een eventueel 'snijverlies', kan na de wetswijziging niet meer worden aangevochten. De AOW leeftijd stapt stapsgewijs van 65 jaar en 9 maanden nu, naar 67 jaar en 3 maanden in 2022. Daarna wordt een pas op de plaats gemaakt, omdat de levensverwachting in Nederland volgens het CBS minder hard op loopt dan eerder gedacht.

Financieel Dagblad 3 november 2017

Verdere verhoging AOW-leeftijd kan jaartje uitblijven

De verdere verhoging van de AOW leeftijd kan in 2023 een jaar worden overgeslagen. Dat vloeit voort uit de jongste visie van het Centraal Bureau voor de Statistiek op de levensverwachting van 65-jarigen. Die levensverwachting is met een kwart jaar verlaagd. Overigens houdt het CBS eraan vast dat de levensverwachting van Nederlanders verder blijft stijgen.

Hapering

Het CBS maakt vrijdag bekend dat de levensverwachting van iemand die 65 jaar is in 2023 nog 20,48 jaar is. Vorig jaar werd nog verondersteld dat dit 20,74 jaar zou zijn.'Er is sprake van een hapering in de stijging van de levensverwachting', zegt CBS-demograaf en hoogleraar Jan Latten in een toelichting. Hij voorziet dat de levensverwachting op de lnagere termijn wel blijft stijgen, maar het gaat wat minder snel omhoog.

Dit jaar heeft de politiek voor het eerst op grond van de levensverwachting van het CBS besloten tot een verdere verhoging van de AOW-leeftijd boven de 67 jaar. dit hield in dat in 2022 iemand AOW-gerechtigd is met 67 jaar en 3 maanden. 'Hoe het verder gaat is aan de politiek', zegt Latten, 'maar op grond van de gehanteerde mechaniek kun je nu al bedenken dat er volgend jaar niet tot een verhoging van de AOW-leeftijd in 2023 wordt besloten.

Vijf jaar langer

Vorig jaar hadden 65-jarigen gemiddeld nog 19,8 jaar te leven. Dat is ruim 5 jaar meer dan in 1956, het jaar waarin de AOW werd ingevoerd. Dat jaar haalde de helft van de perdonen die 65 jaar werden de leeftijd van 80 jaar. Inmiddels haalt de helft van de 65-jarigen de 86 jaar. In 1950 was voor deze groep de kans on 90 te worden 9% en dat is nu 31%.

Het CBS stelt voor het maken van de sterfteverwachtingen gebruik te maken van een in de internationale wetenschappelijke wereld ontwikkeld model. Dat hanteert als uitgangspunt voor de langere termijn een stabiele, dalende trend van de sterftekansen in West-Europa. Het CBS zegt dat hierdoor 'tijdelijke versnellingen en vetragingen in de sterfte een minder groot verstorend effect op de toekomstverwachtingen' hebben dan als alleen van de Nederlandse trend was uitgegaan.

CBS

65 jaar in 1956 - 14,4 jaar
65 jaar in 1986 - 16,5 jaar
65 jaar in 2016 - 19,8 jaar
65 jaar in 2023 - 20,5 jaar

Levensjaren na je 65e

1996 - mannen + 15, vrouwen + 19
2016 - mannen + 19, vrouwen + 21
2040 - mannen + 22, vrouwen + 24

 

Laatstelijk aangepast: 11 januari 2019

 

Terug naar: PensioenScheiden of Pensioenweetjes